Hoe werkt windenergie

Een windturbine zet de stromingsenergie van de lucht (de wind) om in elektrische energie.

Een windturbine bestaat uit:

  1. Drie wieken (soms twee) of turbinebladen, samen heet dit ‘de rotor’.
  2. De gondel, waarin zich de as, een tandwielkast en een generator bevinden.
  3. De mast. Onderin de mast zit de bedieningscomputer en hoofdschakelaar waarvandaan de stroom via een kabel naar het elektriciteitsnet gaat.
  4. Soms staat er naast de mast een transformatorkast, waar de spanning wordt omgezet naar dezelfde spanning als van het elektriciteitsnet.

De wind laat de rotor draaien. De langzaam draaiende beweging van de rotor (ongeveer 18 omwentelingen per minuut) wordt via een tandwielkast versneld en aan de generator overgebracht. De generator maakt elektriciteit.

De wind laat de rotor draaien. De langzaam draaiende beweging van de rotor (ongeveer 18 omwentelingen per minuut) wordt via een tandwielkast versneld en aan de generator overgebracht. De generator maakt elektriciteit.

Kleine windmolens

Voor particulier gebruik zijn er ook kleine windmolens ontwikkeld. Kleine windturbines zijn turbines met een tiphoogte (= hoogste punt van wiek in hoogste stand) tot maximaal 15 meter en een relatief klein vermogen. Ze zijn bedoeld om te plaatsen in de buurt van of in stedelijke gebieden, zoals op daken van gebouwen, maar ze kunnen in principe op iedere locatie geplaatst worden. Zo kunnen mensen of bedrijven (deels) in hun eigen energiebehoefte voorzien. Kleine windmolens kunnen verschillende uitvoeringen hebben.

De techniek van windmolens

Een windturbine werkt computergestuurd. Bij een zuchtje wind start hij uit zichzelf op en levert stroom bij een windsnelheid van 3 meter per seconde. Dat is wanneer de bladeren aan de bomen bewegen. Bij harde storm, 25 meter per seconde, stopt de windturbine automatisch om geen schade op te lopen.

Via een telefoon- of computerverbinding kan de turbine op afstand worden opgestart of stilgezet. Ook is het mogelijk diverse gegevens in de gaten de te houden, zoals de windsnelheid en de hoeveelheid energie die de windturbine levert.

Bovenkant van de molen

Het bovenste deel van de windmolen wordt de gondel genoemd. De bladen van de molen zitten vast aan een as die de gondel binnengaat. De gondel draait op de mast, zodat de molen altijd optimaal met zijn neus op de wind kan worden gericht. De tandwielkast, generator en transformator zitten samen in de gondel.

De bladen

Het opwekken van windenergie begint bij de wind die de rotorbladen laat draaien. De rotorbladen kunnen kantelen om meer of minder wind op te vangen. Op de molens zitten sensoren die de kracht en richting van de wind meten zodat de bladen altijd in wind staan. Dit wordt ook wel kruien genoemd.
De rotorbladen zitten vast aan de hoofdas. De draaiende beweging van deze hoofdas wordt in een tandwielkast versneld. De tandwielkast drijft vervolgens de generator aan. Een generator is vergelijkbaar met een dynamo. In een dynamo wordt de draaiende beweging omgezet in elektriciteit. In de molen bevindt zich nog een transformator die de spanning van de stroom verder verhoogt zodat de stroom over grote afstanden getransporteerd kan worden zonder al te veel verlies.

eneco_windturbine_schematisch

1. Rotor
2. Bladverstelling
3. Hoofdas en hoofdlagers
4. Tandwielkast
5. Rem
6. Generator
7. Transformator
8. Gondel en hoofdframe
9. Toren en krui-installatie
10. Sensoren
11. Kraan

EVD000640-16-9